9x
4x
1x
1x

Winnen begint met de juiste mindset

Wout van der Hoef
14 december 2016

De afgelopen week trokken we met Thomas Stuart-Dant op langs diverse overheidsinstanties om de laatste bureaucratische hobbels te nemen zodat hij naast hockey, wonen en recreëren ook mag werken. Eén van de tussenstations was de Subway in Heesch waar we daags na de verloren wedstrijd in Geleen (4-0 verlies) terugkeken op de eerste vijf wedstrijden.

Hoe is het tot nu toe met Thomas gegaan in Nederland? Hij heeft nu vijf wedstrijden gespeeld, Herentals (thuis), Amsterdam (uit), Tilburg (uit), Groningen (thuis) en Geleen (uit).

Hangend in de lucht en dan toch de puck schieten.

Tot nu toe gaat het vrij goed. Hij heeft de tijd gehad om aan de regels te wennen en aan de verschillen tussen Nederland en Engeland. Verder is hij ook gewend geraakt aan zijn teamspelers en zoals hij in een eerder gesprek aangaf, heeft hij hard gewerkt aan de chemistry (de chemie) tussen hem en zijn teamspelers. Het begint echt te lopen met een aantal jongens, de energie die er al in is gestoken begint zich nu langzaam terug te betalen.

Hij merkt dat vooral tijdens de shifts op het ijs. Hij weet waar zijn medespelers zich bevinden. In puckbezit kan hij een goede pass geven omdat hij weet waar hij zijn aanspeelpunt kan verwachten. Andersom weten zijn medespelers nu waar hij zich naar toe zal begeven. Dit is zijn belangrijkste voorbeeld van zijn chemistry, het wordt steeds beter.

Ondanks dat het team steeds beter op elkaar raakt ingespeeld, zijn de overwinningen nog niet daar. Maar dat is een onderdeel van ijshockey, merkt hij op, maar hopelijk komt winst dichtbij en zullen er nog veel overwinningen volgen.

Thomas Stuart-Dant.

Zijn eerste wedstrijd was tegen de BNL-kampioen Herentals (2-5 verlies), maar daags erna volgde Amsterdam (5-4 verlies in overtime) uit. Die hadden ze moeten winnen, vindt hij, maar de Amsterdammers hadden een snel team op een kleinere ijsbaan. Zij zijn er aan gewend en hebben daar voordeel bij. Het is anders spelen op een grotere ijshockeybaan zoals wij die in Nijmegen hebben. Wij moeten dan anticiperen als we moeten spelen op een baan met kleinere afmetingen en zij maken daar juist goed gebruik van, dat is het thuisvoordeel.

Eerlijk gezegd was het me niet bekend dat de Jaap Edenhal kleiner was, dus vroeg ik het even na bij Ron Berteling, Nederlands meest bekende ijshockeyspeler uit Amsterdam. Ron was duidelijk in zijn antwoord. De officiële Olympische afmetingen zijn 60×30 meter, maar inderdaad is de Jaap Edenhal iets kleiner. Hij had het ooit opgemeten, maar weet de precieze afmetingen niet meer. De maten zijn toch niet belangrijk, je moet er toch spelen en het voordeel is dat je niet zo ver hoeft te schaatsen. Tot zover Ron.

De derde wedstrijd was in Tilburg, een prachtige grote hal, maar helaas beangstigend leeg, ‘it was completely emtpy, almost a ghosttown’. Nijmegen verloor met 10-3, maar met drie goals van Thomas. Het was volgens hem echter een onfortuinlijk verlies en hij zou graag zijn doelpunten willen inwisselen voor een winstpartij. Tilburg had een paar gelukkige rebounds en wij waren niet gelukkig. Opnieuw zei hij dat het ‘a part of the game’ is.

Coach Josh Mizerek was in Tilburg razend na afloop en Thomas kon dat wel begrijpen. Thomas en Josh praten geregeld over situaties en gebeurtenissen in de wedstrijden, maar wel als speler en coach. Ze groeiden beiden met dezelfde ijshockeyspelwijze op en ze spreken daarin dezelfde taal, letterlijk en figuurlijk. Mizerek maakt geen gebruik van een assistent-coach, maar dat is ook niet de manier waarop de coach met Thomas spreekt. Mizerek deelt meer mee wat ze gaan doen en hoe ze gaan spelen, en Thomas voert dat uit. Dat wil niet zeggen dat Thomas soms niet zijn eigen ideeën voorlegt en bespreekt met Mizerek. Die ruimte krijgt hij.

Voor en tijdens de wedstrijd is Thomas wel druk in de weer met zijn medespelers. Hij blijft constant met ze praten, hij blijft ze motiveren en altijd op een positieve manier. Dat kan zijn op het ijs, in de bench en in de kleedkamer. Communiceren tijdens een wedstrijd is van groot belang. Zolang ze blijven praten en elkaar sturen, wordt het spel alleen maar beter. Praten doet hij niet alleen gedurende de wedstrijden, maar zeker ook tijdens de trainingen, eigenlijk voortdurend.

Het praten gaat soms ook over de oefeningen, lukt iets niet de eerste keer, dan proberen we het de volgende keer op een andere manier. We maken ook veel plezier, alleen als de coach de oefening op het whiteboard uittekent, dan moeten we echt stil zijn. We moeten er niet doorheen praten maar goed bij de les blijven.

De meeste jongens accepteren zijn aanwijzingen. Sommige jongens vragen hem ook om uitleg, de jongens die nieuwsgierig zijn. Met de oudere, meer ervaren spelers als Rick, Dave en zelfs Peter, overlegt hij zelf ook de oefeningen of wijzigingen. Zij nemen het snel op en reflecteren dat op hun ervaringen. Bij jongere spelers merkt hij weleens argwaan, of een houding van wat maakt het nou uit om het zo te doen. Hij zucht dan en legt het ze nog eens uit waarom je soms iets net even anders moet doen.

Ze werken veel aan de oefeningen. De trainingen starten met een warming up, dan passen naar elkaar, schieten op het doel en in line-ups oefeningen afwerken. Ze werken aan break-outs, powerplay opbouw, enzovoort.

Man of the Match Thomas Stuart-Dant

Tot nu toe zijn de resultaten niet zo goed. Twee punten uit de laatste vijf wedstrijden waarin Thomas meespeelde. Wat zou er moeten veranderen? Na een korte overdenking is hij vrij helder. De start van elke wedstrijd is verkeerd. Het team staat vaak heel snel achter. Hij wijdt dat aan de ‘mindset’, de instelling waarmee het team het ijs op gaat. Het team moet van start gaan met de gedachte dat het de wedstrijd gaan winnen. Het is verkeerd met de instelling van het volgende potje ijshockey spelen en weer naar huis gaan.

Hij is er niet zeker van of een aantal van zijn medespelers die instelling heeft, hij twijfelt wel een beetje. Zelf noemt hij het ‘GO TIME’. Je begint voor de wedstrijd met een aantal routinehandelingen of gewoontes om jezelf goed voor te bereiden. Bijna iedere speler heeft zo zijn eigen manier, je kunt het ook bijgeloof noemen, ‘superstition’, maar het helpt hem bij elke wedstrijd om zich te concentreren en zich klaar te stomen. Sommige spelers hebben die maniertjes niet.

Hoe dan ook, als je op het ijs verschijnt en aan de warming-up begint, dan moet het hard gaan. Maar juist dan heeft hij twijfels of iedereen zich voldoende goed voorbereidt. Doe je dat niet, dan heb je geen goede mentale voorbereiding op de wedstrijd. Dat helpt je niet om goed voor de dag te komen.

Het maakt niet uit dat de groep op dit moment erg klein is. Juist met minder spelers, krijgen zij die er wel zijn het gevoel dat ze moeten opstaan, daar worden ze beter van. Heb je meer spelers, dan heeft de coach wel meer mogelijkheden. Elk nadeel heb zijn voordeel, zou Cruijff zeggen.

Hij is er wel van overtuigd dat het spelen met een compleet team de voorkeur verdient. Geen geblesseerden, iedereen beschikbaar, dat is ideaal. Maar dat is niet reëel, die situatie komt bijna niet voor. Dus speel de troeven uit die je hebt en doe je best.

Het uitblijven van winst zelf wordt op dit moment nog niet als een zware last beschouwd. Thomas merkt echter meer de faalangst van de spelers op. Niemand wil fouten maken waardoor ze een verlies inleiden. Niemand wil de veroorzaker van een tegengoal zijn. We moeten ons veel meer als team opstellen, samen en klus klaren, een opdracht uitvoeren en goals maken.

Met de condities zit het goed. De snelheid zit er goed in, de coach werkt hard aan het team, dat mag je ook van hem verwachten en we hebben het hard nodig. Maar het team dat de beste conditie heeft, is aan het einde van de wedstrijd het sterkst. Dat team zal ook de wedstrijd winnen.

Thomas Stuart-Dant deelt uit.

Thomas leverde tegen Groningen en Geleen ook waar meer fysieke strijd. Vooral in Geleen was hij erop gebrand te scoren, maar het lukte hem niet om de goalie te verslaan. Daarom stelde hij zijn doel bij, en focuste zich op het geven van een assist en gooide er meer fysieke strijd in. Dat zijn tegenstanders vaak wat groter zijn, deert hem niet. “The bigger they are, the harder they fall’.

Hij verklaart het meer fysieke spel heel basic, een beetje onverwachts ook. Het doel is om de speler en de puck van elkaar te scheiden. Als de tegenstander de puck niet meer heeft, dan heb jij de puck. Als zijn medespelers zien dat hij er op die manier een tandje bijzet, dan zullen ze hem volgen.

Ook mentaal zal er een omslag moeten volgen. Het team moet beseffen dat het hun puck is en niet die van de tegenstander. Daar moeten ze mentaal aan werken. De tegenstander verdient het niet de puck in bezit te hebben. Dus door meer fysiek spel, je tegenstander vast te zetten aan de boarding, duels in de hoeken te winnen en de wil om te winnen uit te dragen, kun je je tegenstander verslaan en wedstrijden winnen.

Of dat gaat lukken zullen we komende weekend twee keer kunnen bekijken, want zaterdag speelt de AHOUD Devils in Den Bosch (20.30 uur) en zondag speelt Nijmegen thuis (16.00 uur) tegen Luik.

Door Wout van der Hoef

Hoofdsponsoren